Burgerparticipatie – u en ik als overheid

11 december 2012

In deze tijd waarin ook de overheid ‘meer met minder’ moet doen, lijkt het uitbesteden van activiteiten aan de burger een aantrekkelijke optie. Het is echter de vraag of burgers ‘zo maar’ bereid zijn taken over te nemen. Moet de overheid dan extra maatregelen nemen om participatie te stimuleren? Indien voldoende burgers bereid zijn tot participatie, wordt meer verantwoordelijkheid bij de burger gelegd. In hoeverre wil en kan de overheid macht en verantwoordelijkheid uit handen geven? Voordat de overheid burgerparticipatie omarmt, moeten deze vragen worden beantwoord.

Door: Barend Vernooij en Irma Borst
Gepubliceerd in: inGovernment december 2012

Burgerparticipatie wordt door veel mensen gezien als een moderne invulling van John Kennedy’s historische oproep ‘do not ask what your country can do for you, but what you can do for your country’. Toch is het een misvatting dat de overheid zou kunnen vertrouwen op altruïstische motivatie van haar burgers om aan burgerparticipatie deel te nemen. In plaats van belangeloos aan een publieke zaak mee te werken, zijn intrinsieke motieven zoals het beleven van plezier aan een activiteit of het leren van de activiteit de belangrijkste aanjagers van burgerparticipatie. Daarnaast zijn ook extrinsieke motieven van belang. Door participatie kan een persoon zijn reputatie versterken en zich gewaardeerd voelen door bijvoorbeeld medeburgers of het gemeentebestuur. Ook het zelf profiteren van het bereikte resultaat, zoals bijvoorbeeld een verbetering van de leefomgeving, kan mensen aanzetten om mee te werken.

De burgers die voornamelijk voor hun plezier of de leerervaring participeren, zijn de personen die de meeste tijd en energie in de initiatieven steken. Deze groep enthousiastelingen blijkt echter niet zo omvangrijk te zijn als de groep burgers die meer extrinsiek gemotiveerd zijn. Het is dan ook raadzaam dat de overheid expliciet waardering aan deelnemers geeft en juist díé burgers erbij betrekt die een belang bij de resultaten van het initiatief hebben. Hiermee kan het aantal deelnemers worden vergroot.

Het is prettig dat juist belanghebbenden gemotiveerd kunnen worden om aan een publieke zaak mee te werken, maar dat kan tegelijkertijd ook een nadeel zijn. Door het uitbesteden van activiteiten verandert de rol van de overheid en gaat de verdeling van macht en verantwoordelijkheden verschuiven. De overheid moet zich bewust zijn of dit een gewenste situatie is.

De overheid en crowdsourcing

E-overheid onderzoeker Dennis Linders heeft inzichtelijk gemaakt hoe de nieuwe verdelingen eruit kunnen zien. Hij onderscheidt vier groepen met een toenemende verantwoordelijkheid van burgers[1].

  1. Citizen sourcing
    Burgers helpen de overheid haar publieke taken beter uit te voeren en beter te reageren op de eisen en wensen van de maatschappij. De overheid blijft primair verantwoordelijk voor de activiteiten, maar burgers kunnen door hun inzet de richting en de resultaten beïnvloeden. Voorbeelden van citizen sourcing zijn consultaties die de gemeente via het internet organiseert en de app voor een melding openbare ruimte. Indien burgers kunnen stemmen op meldingen en daarmee de reparatie hogere prioriteit in de planning geven, wordt daadwerkelijk invloed uitgeoefend.
  2. Public-civic partnership
    De overheid en burgers delen in gelijke mate de macht en verantwoordelijkheid. Iedere partij brengt zijn kennis en talenten in om gezamenlijk problemen op te lossen en het publieke nut te dienen. Een public-civic-samenwerking is petitie.nl waarin burgers medestanders kunnen verzamelen om vervolgens een onderwerp op de politieke agenda te zetten.
  3. Government as a platform
    De overheid helpt haar burgers om hun productiviteit, besluitvorming en welzijn te bevorderen. De overheid is niet verantwoordelijk voor hoe burgers de informatie gebruiken maar wendt haar middelen en invloed aan om de publieke waarde te vergroten. Voorbeelden bestaan uit het vrijgeven van open data en informatiestromen zoals criminaliteitscijfers of andere veiligheidsinformatie per wijk. De burgers kunnen deze informatie gebruiken bij de keuze van een woning of in het treffen van individuele veiligheidsmaatregelen.
  4. Do-it-yourself government
    Burgers nemen zelf het initiatief om diensten voor andere burgers op te zetten. De overheid is niet direct bij de operationele activiteiten betrokken, maar kan van de zijlijn enige ondersteuning leveren. Rotterdamidee.nl is een voorbeeld van een informatie en co-creatieplatform waar het initiatief niet bij de gemeente zelf ligt. Rotterdamidee.nl is een startpagina van bewonersinitiatieven die ook zonder inmenging van de gemeente worden uitgevoerd, bijvoorbeeld een oproep om kunstvitrines aan de gevel te plaatsen en mee te werken aan een opruimdag. De gemeente draagt door middel van subsidie aan Rotterdamidee.nl bij.

Momenteel vallen de meeste praktijkvoorbeelden onder citizen sourcing en public-civic partnership. Naarmate de gemeenten en ook de burger meer bekend worden met de mogelijkheden van crowdsourcing, zullen de initiatieven steeds meer verschuiven naar overheid-als-platform en doe-het-zelf-overheidsinitiatieven. Indien overheidsorganisaties crowdsourcing willen toepassen, zullen zij een bewuste keuze voor het type crowdsourcingmodel moeten maken; een keuze die past bij het onderwerp of de activiteit en het belang ervan voor verschillende groepen in de samenleving. Bij een onderwerp dat gekarakteriseerd wordt door tegengestelde belangen, bijvoorbeeld het vaststellen van een locatie voor een afkickcentrum, is het sterk de vraag of de verantwoordelijkheid uitbesteed kan worden. Tevens is het van belang dat burgers duidelijk geïnformeerd worden hoe de verdeling van macht en verantwoordelijkheden liggen. In de citizensourcing-initiatieven moet dus transparant worden gemaakt dat inspraak verwelkomd wordt, maar dat de beslissing alsnog door de overheid wordt genomen. Immers, de overheid moet verschillende belangen afwegen – waaronder maatschappelijke belangen, het afkickcentrum moet een locatie krijgen – en kan tot een besluit komen dat afwijkt van de mening die de meerderheid op het forum aangaf. Indien de overheid niet transparant is over hoe zij met de resultaten van de burgerparticipatie omgaat, voelen burgers zich niet serieus genomen en raken zij gedemotiveerd.



[1] Dennis Linders (2011). We-government: an anatomy of citizen coproduction in the information age. Paper Annual International Conference on Digital Government Research. 167 – 176.

[begin]
Over de Auteur


Irma is meer dan 20 jaar actief als management consultant in de ICT sector en oprichter van SMARTconsulting.nu. Zij heeft een bedrijfskundige en financiële achtergrond en specifieke ervaring met innovatiemanagement, business modellering, financiële assessments, risico analyse, scenario ontwikkeling en benefit realisation management. Naast deze expertise heeft Irma onderzoekskennis en ervaring opgebouwd door in (internationale) researchprojecten te participeren.